‘Onze (klein)kinderen verdienen onze hoop en ons optimisme’

Date: 6 januari 2018

Onderzoeker en journalist Ralf Bodelier: ‘Onze (klein)kinderen verdienen onze hoop en ons optimisme. En niet onze ondergangsfantasieën’ [Interview door Marijke Verduijn in zininopvoeding.nl ]

Wat is voor jou de essentie van hoop?
Hoop zegt: we zitten in dramatische omstandigheden, maar we moeten hoop houden. Ik draai het om: de omstandigheden zijn helemaal niet zo dramatisch. Daaraan kunnen we vertrouwen ontlenen. Misschien is hoop dus niet het beste woord, maar kun je beter spreken van vertrouwen.

We spannen ons al heel lang in om de wereld beter te maken en dat lukt ook. Op vrijwel alle vlakken: of het nu gaat om oorlog, armoede, honger, vrouwen- of homo-emancipatie. Misschien is er één uitzondering: de democratisering stagneert. Maar verder is er zoveel vooruitgang. Het aantal extreem armen daalt. Het aantal kinderen dat basisonderwijs volgt groeit. Het aantal kernwapens daalt nog steeds en de wereldwijde uitstoot van CO2 is nauwelijks toegenomen, ook al trekt de economie weer stevig aan. Dát moeten volwassenen kinderen vertellen. En ze moeten stoppen te klagen dat de wereld zo slecht is.’

Met jouw organisatie World’s Best News breng je goed nieuws en zit je ook veel op nieuwsredacties.
Journalisten brengen veel te veel alleen het slechte nieuws. Dat is niet alleen eenzijdig, dat werkt ook ontwrichtend. Als je steeds alleen maar slecht nieuws hoort, ga je ook echt denken dat het slecht gaat met de wereld. En dat is voor volwassenen al moeilijk, maar voor kinderen – die nog zeventig jaar voor de boeg hebben – is dat keihard.

Maar je moet wat er mis gaat toch wel benoemen?
Natuurlijk. Er zijn nog steeds  800 miljoen armen, er is oorlog in het Midden Oosten, er zijn mensen die zich met hand en tand verzetten tegen vluchtelingen. Je moet die problemen allemaal benoemen. Maar laat ook zien dat we oplossingen hebben en dat die oplossingen werken. We spannen ons al heel lang in om de wereld beter te maken en dat lukt ook.

Staan die redacties daarvoor open?
Zeer. Zij zeggen ook: wij presenteren de werkelijkheid niet.

Waar komt die focus op slecht nieuws vandaan?
Veel journalisten denken dat het in hun vak daarom draait. ‘If it bleeds, it leads.’ Een aardbeving in Taiwan met 10 doden haalt het Journaal. Dat zet de toon. Nooit zul je horen dat het aantal slachtoffers van natuurrampen enorm is gedaald. De nieuwsvoorziening gaat constant door – en vaak volledig ongeduid. Ik denk dat de media de grootste aanjagers zijn van onze onrust en angst.

Is dat ook de reden dat mensen in onderzoeken vaak zeggen: “met mij gaat het goed, maar met de wereld gaat het slecht”?
Ja, precies. Mijn oproep is: durf te vertrouwen op je eigen waarneming. En op data. Zoek ze op. En zie dat het aantal kinderen dat sterft is gehalveerd, dat moeders in Afrika daarom minder kinderen durven te krijgen, dat er minder honger is dan tien jaar geleden. En zet je in om dat proces te versterken.

Wat betekent dit voor ouders?
Ouders moeten zich eens achter de oren krabben waar ze het nieuws vandaan halen. Om zich heen kijken en op hun eigen waarneming vertrouwen. En daaraan de moed ontlenen om hun kinderen te leren vertrouwen.

Hoe doe je dat met je eigen kinderen?
Mijn vrouw en ik hebben onze kinderen opgevoed in vertrouwen. We hebben veel met hen gereisd. Daar krijg je ook vertrouwen van. In Barcelona of Addis Abeba gaven we hen het adres van het hotel: ga maar. En vraag maar. Jullie kunnen het. De enige manier om je kinderen te leren te vertrouwen, is om hen vertrouwen te geven.

Wij durven dat vanuit het vertrouwen dat onze wereld fundamenteel goed in elkaar zit. Dat geldt zéker voor het Westen. Vrouwen kunnen ’s nachts om 3.00 uur dwars door een grote stad lopen. De kans dat je iets overkomt is zo klein. We hebben zo veel risico’s teruggedrongen.
Onze dochter van 18 trekt deze maand helemaal alleen door India. Mijn boodschap is: kind, ga vooral. Ik houd ook wel een beetje m’n hart vast, maar toch moedig ik het aan. Vanuit het besef dat de kans dat haar iets overkomt minimaal is. En omdat het haar zoveel kan brengen. Dat vertrouwen wil ik aanmoedigen.

Onze kinderen vinden het heel leuk om dat vertrouwen te krijgen. Soms nemen ze het wel erg letterlijk. Onze zoon fietste toen hij 14 was onder schooltijd naar Parijs. Met vrijwel geen geld bij zich. Maar hij kwam aan. Een week later hebben we hem opgehaald.

Twijfel je zelf nooit aan je inzet op het positieve?
Zeker. Ik kom misschien zeker over, maar ik twijfel aan alles. Misschien is woede wel een sterkere drive om iets te willen veranderen dan vertrouwen. En ik kan me voorstellen dat onze vooruitgangsboodschap door sommige NGO’s als ondermijnend wordt gezien.
Ik heb niet op al die tegenwerpingen een goed antwoord. Alleen dat er onmiskenbaar vooruitgang is. En dat we moeten delen wat werkt. Onze kinderen hebben daar recht op, want zij moeten het leven nog aangaan.

Ik sprak laatst een docent die een les had gegeven over overbevolking. Hij liet de kinderen de website van Greenpeace bestuderen. Sommige kinderen begonnen te huilen: zó slecht gaat het met de wereld. Zo moet het dus niet. Je moet een kind niet zomaar blootstellen aan alarmistische clubs als Greenpeace.

Wat staat er tegenover vertrouwen?
Angst. Je kinderen afschermen voor alles. Dat is een groter gevaar dan hen te leren vertrouwen. Je moet je kinderen ook empathie bijbrengen. Als ze zich kunnen verplaatsen in andere mensen en kunnen meeleven, leren ze dat 99 procent van de mensen niets kwaads in de zin heeft.

Ben jij uitsluitend bevestigd in je vertrouwen?
Ik vertrouw mensen heel snel en ik word zelden besodemieterd.

Interview: Marijke Verduijn

Leave a Reply

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.

single.php