Verlichtingsdenker Ralf Bodelier: ‘je komt anders terug.’

Date: 31 augustus 2005

Optimisme is je morele plicht

 

Kader: “Op bezoek bij haar zus Veronica vond ik Linda op de bank. Ooit was ze vol en beweeglijk. Nu bleek ze uitgemergeld en niet meer in staat om te lopen. Tuberculose, constateerde een arts van het Queen Elisabeth. Maar er was meer. Een rode gloed in Linda’s haar. Paars verkleurd tandvlees. En een lichaam dat niet reageerde op de zwaarste anti-tbc-medicijnen. Als cadeautje bracht ik voor Linda een exemplaar mee van mijn roman ‘Atheist in Afrika’ Een boek waarin zij, Sylvester, Veronica en zelfs Wales prominent voorkomen. Twee avonden las ik Linda voor, haar hand in de mijne. Veronica en enkele van haar kinderen luisterden mee. Vaak schoot Linda in de lach, dan weer liepen tranen over haar wangen. Eén keer waren we alleen in de kamer. ‘Ik had een vriend’, zei Linda toen, plotsklaps. ‘Hij heeft me verlaten. Hij heeft me ziek gemaakt.’ Ik vroeg: ‘Ben je bang dat je aids hebt?’ Linda keek weg. En terug. Kneep in mijn hand. ‘Asjeblieft, bid voor me. Bid voor me.’ De volgende dag overleed Linda. (Uit ‘Bomen hebben wortels, mensen hebben benen’, Uitgeverij Pepijn, Tilburg 2004)”

door Hilbrand Rozema

Van fel anti-godsdienstig tot mild atheïst. Dat is de voorlopige tussenbalans van Ralf Bodelier. Religies zijn voor hem niet langer de bron van alle kwaad, de beste vriend van achterlijkheid. Hij komt voor deze koerscorrectie monter uit – en dat heeft iets ontwapenends. Vandaag noemt hij zich een ‘praktisch idealist. Hij wil – als atheïst dus! – meezingen in een zwart kerkkoor in Malawi en helpt daar inmiddels zestienduizend schoolkinderen. ‘Mensen een beter leven geven, dat is heel leuk!’

Bodelier (Vaals 1961) is theoloog en filosoof, getrouwd met journaliste Mirjam Vossen en heeft twee kinderen. Hij is een grensgeval. Misschien omdat hij zijn rijke Roomse jeugd in zuid-Zuid-Limburg doorbracht – pal op de Duitse grens. Hij vatte er een aanstekelijke jeugdliefde op voor het Ruhrgebied; kan daarover schrijven alsof die regio een heerlijk, meeslepend gebied is. Het is een voorbeeld van zijn neiging om werkelijk overal het positieve in te zien.

In 2000 schreef hij de roman ‘Atheïst in Afrika’ waarin hij vooral viel over de houding van de Rooms-katholieke kerk en haar grondpersoneel in de aidscrisis (condooms afwijzen, priesters met vriendinnen). Het thema van die reisroman was: botsende meningen. Er zat veel meer zelfspot en ironie in dan critici eruit haalden, zegt hij nu. ‘Ik zoek graag de confrontatie. Dat is nog steeds zo. Meestal zorgt het relativerende, humanistische verstand van Mirjam ervoor dat ik niet uit de bocht vlieg.’ Maar hij erkent ook, ruiterlijk: ‘In mijn felle atheïsme hield ik de gewone gelovige niet voor ogen. Dat was dom.’ Met enige vertraging heeft de rode draad van het optimisme nu ook zijn visie op godsdienst bereikt: ‘Weet je dat op de dag dat Theo van Gogh werd vermoord, elders in de wereld drieduizend gematigde moslimgeleerden protesteerden tegen fanatieke interpretaties van de islam? Omgekeerd word ik steeds afkeriger van orthodoxe vormen van Verlichting.’

 

Bodelier schrijft vooral over de gevolgen van de globalisering. Hij draait ook hier de dingen graag even om, naar het positieve. Dat prikkelt soms de gedachten. Hij reist als een balletje in een flipperkast kriskras door Europa en de wereld, spreekt niet alleen de denkers maar ook de mensen ter plaatse, die dan vertellen van hun dagelijkse gevecht om een beter leven; hun pogingen aan te haken bij die globalisering. Dat gaat van de een miljoen zigeuners in Slowakije (‘het nieuwe getto van Europa’), naar de truckchauffeurs aan de nieuwe grensovergangen tussen Europa en Azië; van een fabriekje in China dat afvalplastic uit Europa smelt terug naar de roestige, tot rust gekomen dynamiek van het Ruhrgebied. Zijn nieuwste boek heet ‘Tegen de angst’. Hierin betoogt hij dat optimisme ‘een morele plicht is voor de 21ste eeuw’. Het motto had ook kunnen zijn ‘Globaliseer of ik schiet’. Of nog beter: ‘Globaliseer en geniet’.

Het kan dus verkeren. Nu leeft hij met echtgenote Mirjam Vossen en hun twee kinderen een deel van het jaar in Malawi. Hulporganisatie Het Goede Doel werd een onverwacht groot succes. Daarnaast organiseren ze verdiepingsreizen voor Nederlanders. Deze reizen zijn voor mensen die niet opzien tegen ziekenhuisbezoek (aids, en nog eens aids) en diners met politici. Voor bijna alle deelnemers is dat een ingrijpende ervaring; zij komen veranderd terug. Hijzelf ook. Stralend: ,,Na weken Afrika besef je telkens weer dat Nederland de hemel op aarde is. Niet de zevende hemel, maar wel de eerste. En je bent weer opgeladen om mensen in naargeestige omstandigheden een handje te helpen.”

 

Wat doet Afrika dan met een mens? ‘De meeste mensen veranderen door zo’n reis. Ze leren het dagelijks leven van de allerarmsten kennen. Een enkeling reageert hard op al die zichtbare ellende. Vaak ook komen er tranen. Je bent er in Malawi niet met het standpunt dat de Afrikanen anders zijn dan wij. Of harder. Iedere moeder op de wereld vind het een ramp als haar kind overlijdt. Sterven doet overal evenveel pijn. Sommigen kunnen het niet aan dat mensen zo lijden. Ze sluiten zich af, kritiseren Afrika, dat zelf schuldig zou zijn. Sommigen rekenen buiten zichzelf, komen zichzelf hard tegen. Eén man keerde onlangs volkomen rabiaat, zeg maar racistisch, terug. Meer dan de helft wil zich echter, eenmaal weer thuis, zelf gaan inzetten.’

Afrika’s drijvende kracht is de blijmoedige levenshouding. Dat past Bodelier. ‘Dat kruipt meteen in je, dat laat je niet meer los. De hoop op een beter leven zit daar dicht op je. Tegelijk gaat dit optimisme gepaard met innerlijke beschaving, beleefdheid, terughoudendheid.” En wannéér er in Afrika iets goed gaat, stelt hij, dan is die vooruitgang ook zo fantastisch zichtbaar. ‘Dan gaat het met sprongen. Met één auto is meteen een heel dorp aangesloten op de vooruitgang. Men kan dan de mais voor een betere prijs kopen in een ander dorp, een school komt in beeld, het ziekenhuis valt plots te bereiken.’ Een van de medewerkers springt er met name uit. ‘Veronica is voor mij het gezicht van de globalisering. Toen we haar leerden kennen had ze een handel in WC-blokjes. Deze week vloog ze voor het eerst naar Dubai. Ze had zelf het ticket geboekt en gaat daar nu een taxibusje kopen. Dan zie je wat er kan. Veronica zegt dat ze veel van ons leert, maar ik leer veel meer van haar. Net zo mooi als rondreizen met Nederlanders daar, is het uitnodigen van Malawianen in Nederland. Dat is een unieke belevenis. We hebben dat nu drie keer gedaan. Een pastoor die in Amsterdam voor het eerst grachten en ophaalbruggen ziet, en dan beseft dat wij al in de zeventiende eeuw stadsplanning hadden. Em die dan helemaal opgeladen teruggaat. Zo van: wij gaan Malawi eens even opbouwen. Aangrijpend is het ook. Veronica realiseerde zich pas bij ons op de bank in Tilburg, hoe Afrika er momenteel als geheel voorstaat. Ze leefde tot dan toe met haar eigen doden. Aids, dat was haar zus, die eraan stierf. Nu zag ze onze tv-programma’s over Afrika. Dat was een enorme schaalverandering. Ze zag een Afrika-brede holocaust van hiv en aids. Dat werd een avond lang huilen. Wist zíj veel dat aids ook in Zambia, in Botswana zo alomtegenwoordig is? Dat is het enorme voordeel van globalisering. Het helpt je om je eigen land in breder perspectief te zien. Veronica is uiteindelijk vol plannen teruggegaan. Ze had bijvoorbeeld hier in de winkelstraat een toonbank gezien van glas en hout. Wij ontdekten onlangs dat ze dat zo’n goed idee had gevonden, dat ze in Malawi, met behulp van zelfgemaakte schetsen, zo’n meubel had laten namaken.’

In een paar jaar tijd is alleen al rondom deze Veronica een tiental mensen overleden. Maar de hoge tol van aids leidt niet tot ontmoediging. Bodelier trekt zijn optimisme radicaal door. ‘Angst voor de toekomst is speculatie. Maar ook in mijn optimisme kijk ik niet erg ver vooruit. Van de toekomst weten we niks. Die hebben we niet in de hand. Maar het heden – daar kunnen we wat mee. In het hier en nu je handen uit de mouwen steken is niet het slechtste medicijn tegen melancholie. Er is genoeg te doen. Je kunt mensen een beter leven geven. Dat is heel leuk. En wanneer je daarbij een optimistisch scenario voor ogen houdt, dan is dat sterk motiverend. Romantici en pessimisten gaan al snel op hun handen zitten. Ze vergeten iets te doen.’ Bodelier is ervan overtuigd dat Nederlanders dit geluid aanspreekt. Hij ziet werkelijk overal de lichtpuntjes stralen. ‘Zelfs de Nederlanders, die naar verluid een grotere hekel aan de islam hebben dan voorheen, stonden na de aardbeving in Pakistan meteen klaar om de getroffen moslims te helpen. Die drang tot helpen overstijgt dus tegenstellingen.”

Afrika zit vol problemen. Maar hij denkt liever na over de kansen: ,,Malawi heeft geen grondstoffen, geen transportlijnen, een laag opgeleide agrarische bevolking, honger, aids, corruptie. Welk bedrijf gaat daar nu zitten? Maar in Engeland, in Manchester, blijken meer Malawiaanse artsen te werken dan in Malawi zelf. Dat is ‘braindrain’ emigratie van de hoogopgeleiden. Daarover oordeelt men negatief. Maar je kunt het ook anders zien! Artsen zijn dus blijkbaar een succesvol exportproduct van Malawi. Dan zeg ik: buit dat uit, leidt nog meer artsen in Malawi op. Haal studenten uit Zimbabwe of Zambia naar Malawi en leg contacten in Canada en Australië. Vergroot je schaal. Verkoop die artsen aan het buitenland, net als voetballers of hardlopers. Transfers van artsen, waarom niet? Dan profiteert iedereen.”

 

Sinds 1990 is het tempo van de verandering in de wereld enorm. Het is voor niemand nog echt bij te houden. Hoe kun je dan volhouden dat globalisering alleen nieuwe zegeningen brengt? ‘Velen trekken zich terug op een romantische levenshouding. Ze willen weer kleine, overzichtelijke gemeenschappen, verheerlijken het verleden en de ongerepte natuur, en gooien het liefst de grenzen van Nederland weer dicht. De strijdkreet van Fortuyn, ‘Ik zeg wat ik denk en ik doe wat ik zeg’, is typisch romantisch. Dat verheerlijkt het innerlijk, zonder rationele reflectie. Dat staat haaks op afwegen, onderzoek doen, jezelf betwijfelen. Ik ben zelf ook geen haar beter. Maar toch denk ik dat we ons moeten aanpassen aan die nieuwe globale samenleving. Niet vanuit een doorgeslagen Verlichtingsdenken, dat werkt evenmin als romantiek. De verlichting werkt pas als je de romantiek in jezelf erkent. Daarom moeten we dat romantische verlangen in ons serieus nemen. In Nederland moeten we dan ook oude stratenpatronen, namen, kerkgebouwen behouden. Ik noem mezelf atheïst, maar betaalde ook jarenlang mee aan de restauratie van mijn parochiekerk in mijn geboortedorp Vaals. Als alles om je heen totaal verandert is het teveel van het goede wanneer ook nog de fysieke wereld onherkenbaar wordt. Het verzorgingstehuis dat hier in Brabant vroeger Sint Jozef heette, heet nu ‘Prisma’ of ‘Focus’. Je hebt geen idéé meer wat ze daar uitspoken… Ga je nu in het buitenland wonen, over tien jaar keer je terug in een onherkenbaar land.’ Tot zijn negentiende was Bodelier fel links, PSP. Hij keerde zich ervan af vanwege de reacties van toenmalig links op Israël. Een club als GroenFront! vindt in hem een gedreven tegenstander. ‘Dat is een radicale club, die de natuur verheerlijkt en zich nergens iets van aantrekt. Ook dit is een reactie op globalisering. Maar je kunt dat verloren-paradijs-verlangen waarderen en erkennen in de kunst, de poëzie en het geloof – en tegelijk scheiden van je denken. De geest moet meer opties openhouden; ook de atheïstische geest.’ En dan, pardoes: ‘Wie weet, misschien keer ik ooit nog eens terug tot het katholicisme. In Malawi ga ik altijd naar de kerk. Daar zijn de kerkdiensten zelfs zo meeslepend, dat ik serieus overweeg me aan te melden voor het kerkkoor. Een mooi gezicht zou dat zijn. Lange, stijve blanke man tussen de swingende zwarte danseressen.’

Wát? Swingen in een zwart kerkkoor… als een soort Stef Bos?

Is dit nog wel de schrijver van het deels autobiografische ‘Atheïs in Afrika’die hier spreekt? De man die toen een on-Nederlandse combinatie van Kuifje en agressie omhelsde?

De ommezwaai is helder. Maar ten overvloede legt hij het nog even uit. ,,Ik keer me niet meer tegen religie in het algemeen. Wanneer gelovigen die niemand een haar krenken onder vuur liggen, dan neem ik het met liefde voor hen op. Provocerend legde ik ooit een directe lijn tussen Mozes en Timothy McVeigh (een Amerikaanse sekteleider). Die tijd is voorbij. Religie is niet meer automatisch de bron van alle radicalisme.” En zijn blik op Jezus verandert ook. ,,Niet alleen door atheïsten, maar ook door christenen wordt hij onderschat. Bij Mel Gibsons ‘The Passion’ zie je alleen maar de lijdende Christus. Voor anderen is hij louter een menslievende, zachtaardige do-gooder. Dan deden Pasolini of de maker van Jesus Christ Superstar het veel beter. In de evangeliën is Jezus veel bonter, pluriformer, scherper en soms ook onprettiger dan wij Hem maken. Jezus is een figuur die blijft prikkelen. Iemand die niemand ooit helemaal in zijn eigen kamp kan trekken.’

Leave a Reply

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.

single.php